Vakdidactiek Basis Scheikunde
Beschrijving
Het cursusaanbod stelt de student in staat effectief hedendaags onderwijs in het eigen vak te verzorgen binnen het tweedegraadsbevoegdheidsgebied, en zich daarin te blijven ontwikkelen.
Centraal staat het ontwikkelen van een lessenserie waarin vaktaal, voorkennis en de inhoud van het schoolvak belangrijke aspecten zijn. In de lessenserie zijn toetsing, verschillende werkvormen en een onderbouwde onderwijsaanpak essentieel en daarom zal theorie over deze onderdelen aangereikt worden.
Vakdidactiek is de kunst van het onderwijzen van je vak. Bij vakdidactiek basis scheikunde maak je kennis met vakdidactische vaardigheden waarmee je leerlingen kunt begeleiden in het leren van scheikunde: kennis en vaardigheden. Bij het ontwerpen van onderwijs bekijk je de vakinhoud met een vakdidactisch perspectief. Je stelt je daarbij verschillende vragen om de vakinhoud te analyseren. Hierdoor bouw je aan je Pedagogical Content Knowledge (PCK). Daartoe zullen we de onderwerpen uit Inleiding Bètadidactiek verder verdiepen, zoals directe instructie, practicum- en activerende didactiek, gebruik van ICT en ontdekkend en onderzoekend leren. Dit zal je helpen betere lessen te ontwerpen en te geven waarbij de leerlingen geënthousiasmeerd en geactiveerd worden en er controle is op het behalen van relevante leerdoelen.
De opgedane vakdidactische kennis ga je vervolgens toepassen in:
Het ontwerpen van een lessenserie (deelopdracht A). Een lessenserie is een reeks op elkaar aansluitende lessen, waarin je een samenhangend stuk stof, bijvoorbeeld een hoofdstuk uit een lesboek behandelt en eventueel afsluit met een toetsing/beoordeling.
Een summatieve toets (deelopdracht B). De summatieve toets is een toets voor een cijfer. Deze toets wordt vaak door alle klassen van het leerjaar gemaakt en daarom is een eenduidig correctievoorschrift van belang.
Een demonstratie waarin je een chemisch fenomeen laat zien (deelopdracht C). In de scheikunde staat het micro-macrodenken centraal: chemische fenomenen die je kunt waarnemen moeten worden beschreven en verklaard door het micro-niveau. Een krachtig didactisch instrument hiervoor is de POE-demonstratie.
Toetsing
Bij dit vak zal je regelmatig worden gevraagd om werk in te leveren, zodat je formatieve feedback kunt ontvangen van je peers en je docent op basis waarvan je je kunt ontwikkelen.
De summatieve beoordeling van VD Basis bestaat uit:
Een cijfer voor de opgeleverde lessenserie waarin aangetoond wordt dat aan de bijbehorende leerdoelen van VD Basis is voldaan en een uitgebreide reflectie op de stappen in je ontwerp- en leerproces.
Een cijfer voor de ontwikkelde toets inclusief een toetsmatrijs, correctiemodel en evaluatie.
Een cijfer voor het correct hanteren van vaktaal en inspelen op misconcepties. Dit kan getoetst worden aan de hand van een gegeven mini-les inclusief demonstratieproef.
Er zijn verschillende verwerkingsopdrachten en er wordt gereflecteerd over je eigen leren (onderdeel D).
Er geldt bij dit vak een aanwezigheidsplicht.
De onderdelen van het dossier (opdracht A, B en C) worden beoordeeld op basis van een rubric. De rubric-en zijn te vinden op de bijbehorende BrightSpace-pagina's. Voor ieder onderdeel is een score van minimaal 5,5 benodigd, voor het complete dossier een score van minimaal 5,75 uit 10. Het cijfer wordt berekend uit de drie hierboven genoemde deelcijfers (A t/m C) en een voldoende afgelegd handelingsdeel (onderdeel D). Het eindcijfer is het gemiddelde van 2×A, 1×B en 1×C.
Als je voor een of meerdere van de deelopdrachten een onvoldoende scoort, kun je deze (samen) herkansen op een van de drie aangewezen herkansingsdata. Deze herkansing zal bestaan uit ofwel een reparatie (aanvulling) van de onvoldoende gemaakte opdracht of uit een vervangende opdracht. Een deelcijfer vervalt aan het eind van het jaar.
Alle studenten zijn automatisch ingeschreven voor alle opdrachten (als ze in het college verschijnen). Voor een herkansing dient de student zich in te schrijven bij de docent via email. De deadlines worden gecommuniceerd via BrightSpace.
Studenten die hun werk te laat inleveren vanwege persoonlijke omstandigheden moeten alvorens contact opnemen met de studieadviseur om afspraken te maken. Ander te laat ingeleverd werk wordt behandeld als een herkansing.
Er geldt bij dit vak een aanwezigheidsplicht. Voor de colleges wordt voorbereiding gevraagd (verkennen) en er volgt regelmatig huiswerk (toepassen). Beide onderdelen zijn voorbereiding op je eindopdrachten en de mogelijkheid om feedback te vragen op je lesplannen etc. Daarnaast word je regelmatig gevraagd om feedback te geven op het werk van je medestudenten.
Reviews0 reviews
Heb jij dit vak gevolgd?
Deel je ervaring met toekomstige studenten. Inloggen met je TU Delft mailadres duurt één minuut.
Schrijf een review