Systeembiologie
Beschrijving
Tijdens de studie Klinische Technologie bestudeert u het menselijk lichaam en het functioneren ervan. Met de kennis die u opdoet bent u in staat om technologische oplossingen te gebruiken en zelfs te ontwikkelen voor problemen die te maken hebben met het menselijk lichaam (zowel wat betreft diagnose als behandeling). Als klinisch technoloog gaat u samenwerken met medici en paramedici, met ingenieurs van diverse technische disciplines, maar ook met biologen en biochemici. De studie kent dus medische, technische en medisch biologische aspecten en is daardoor zeer gevarieerd maar vergt in ieder geval een diep begrip van de grondbeginselen van het functioneren van het menselijk organisme, zeker op cellulair en moleculair niveau. In dit eerste blok van de studie proberen wij u hiertoe een basis te geven.
Biologische systemen bestaan uit vele componenten, zoals genen, eiwitten en metabolieten. In de systeembiologie gaat het niet alleen om de functie van al deze componenten, maar vooral ook om de dynamische interacties tussen al deze componenten. Ieder biologisch systeem kan worden gezien als een hiërarchisch georganiseerd netwerk van interacties. Bijvoorbeeld: eiwitten hebben interacties met andere eiwitten, en vormen eiwitcomplexen. Verschillende eiwitcomplexen hebben interactie met elkaar, en vormen samen met andere componenten een celorganel. Ook celorganellen kunnen allerlei interacties met elkaar hebben, en maken deel uit van een cel, terwijl cellen weer met elkaar interacties aangaan. In dit blok systeembiologie proberen wij deze interacties aan u over te dragen en in de context van de klinische technologie te plaatsen.
De huidige generatie biomedische professionals is wetenschappelijk gevormd in een tijd dat de prokaryote celbiologie al goed begrepen werd terwijl kennis van meercellige systemen voornamelijk afkomstig was uit het Drosophila onderzoek. De traditie om vanuit deze optiek de celbiologische en moleculair biologische steunvakken te doceren leeft nog steeds voort in de meeste Medische faculteiten in zowel Nederland als Vlaanderen. De tijden zijn echter veranderd: tegenwoordig hebben we een diep begrip van de biologie van het menselijk organisme en weten we van de overgrote meerderheid van aandoeningen die de menselijke soort teisteren de biologische achtergrond. Belangrijk is dat de menselijke biologie op vele punten verschillend is van die van de fruitvlieg en zeker van die van bacteriën. Daarnaast was in de tijd dat de vorige generatie van leerboeken werd geschreven nog veel minder duidelijk wat wel en wat niet belangrijk was in het compendium van kennis om het functioneren van de cel te kunnen begrijpen. Inmiddels is dit wel duidelijk geworden en is de tijd rijp voor een aanpak die niet louter zich concentreert op het beschrijven van allerlei exotische processen die mogelijk plaats kunnen vinden maar die zich juist zich beperkt tot die zaken die betrokken zijn bij het ontstaan van ziekten.
Binnen de studie Klinische Technologie lijkt het daarom zinniger om de humane problematiek te begrijpen vanuit de humane moleculaire context. Vanuit deze gedachte hebben wij daarom een nieuwe methode ontwikkeld om het onderwijs in de celbiologische en moleculair biologische steunvakken vorm te geven. Hierbij is een sterke nadruk gelegd op de relatie met ziekte. Immers, steunvakken dienen steunvakken te zijn en dienen ter begrip van het ziekteproces en hoeven geen doel op zich zelf te vormen.
Toetsing
Voor dit vak geldt de volgende verdeling:
T1: Tussentijds tentamen systeembiologie (Schriftelijk/Individueel): 10% van eindcijfer
T2: Eindtentamen systeembiologie (Schriftelijk/Individueel): 70% van eindcijfer
T3: Vaardigheidsonderwijs (Opdracht/Groepswerk): 20% van eindcijfer
Voor de Opdracht Vaardigheidsonderwijs geldt dat het deelcijfer voor 50% wordt opgemaakt uit het verslag, en voor 50% uit de mondelinge presentatie, waarbij voor beide onderdelen tenminste een 5 moet worden behaald.
Voor het tussentijdse tentamen (T1) dient minimaal een 5 te worden gehaald.
Voor het verkrijgen van een eindcijfer moeten bovendien de practicumopdrachten zijn ingeleverd en voldoende zijn.
Een student mag per studiejaar maximaal twee keer deelnemen aan een tentamen of ander te toetsen onderdeel van het vak.
De zak- en slaagregeling van het vak kan worden teruggevonden in Paragraaf 5 van de Onderwijs en Examenregeling (OER) en de Regels en richtlijnen van de Examencommissie (RRvE).
In de regel zijn opdrachten, practica alleen in het huidige studiejaar geldig. Blok-coördinatoren kunnen hier vanaf wijken en de geldigheidsduur verlengen. Tentamenresultaten hebben een langere geldigheidsduur.
Voor actuele reglementen, richtlijnen en regelingen (o.a. aanmelding onderwijs en geldigheid van behaalde cijfers) verwijzen we je naar de onderwijsreglementen: https://www.tudelft.nl/studenten/me-studentenportal/onderwijs/gerelateerd/regelingen-reglementen
Reviews0 reviews
Heb jij dit vak gevolgd?
Deel je ervaring met toekomstige studenten. Inloggen met je TU Delft mailadres duurt één minuut.
Schrijf een review