Ontwerpen van Constructies en Funderingen 1
Beschrijving
In dit vak wordt de stap gemaakt van het meer modelmatige 2D-constructiemechanica naar het ontwerpen van draagconstructies in 3D in een geschikt bouwmateriaal, het vaststellen van passende afmetingen van de constructie en het ontwerpen van de fundering daarvan in en op slappe grond. De student doet basiskennis op van de meest gebruikte constructiematerialen en van veel toegepaste constructie- en funderingsprincipes. Daarnaast heeft dit vak ook een belangrijke doe-component: door zelf te schetsen, tekenen en berekenen ontwikkelt de student vaardigheden en inzicht hoe een veilige draagconstructie en daarbij passende fundering te ontwerpen op basis van functionele en technische eisen.
Het vak is opgebouwd uit een serie hoorcolleges over het ontwerpen van draagconstructies en funderingen. De stof wordt wekelijks direct toegepast en geoefend in practicummiddagen met begeleiding door student-assistenten. Ook wordt de student wekelijks gestimuleerd om de kennis te oefenen in een thuis te maken digitale oefentoets.
deel constructies: inleiding, functionele eisen, constructies van bouwwerken, belastingen, constructieve veiligheid, krachten in constructies, duurzaamheid, stabiliteit, vormveranderingen, beton, staal, hout, steen.
deel funderingstechniek: methoden van grondonderzoek, funderingstypen, draagkracht en vervormingskarakteristieken van paalfunderingen, achtergrond normen.
Toetsing
Toetsing
De kennis van de boeken/readers wordt getoetst door middel van digitale eindtoets (toetsdeel D1). Deze bestaat uit diverse kennis- en inzichtvraagtypes en geparametriseerde rekenopgaven . De onderdelen Constructies en Funderingen worden beide in deze toets afgenomen en kunnen niet afzonderlijk van elkaar worden herkanst.
Oefenopdrachten in het practicum (toetsdeel D2) worden deels becijferd en deels van een V(oldoende) of (O)nvoldoende voorzien. Alle V/O onderdelen moeten voldoende zijn gemaakt, alle becijferde onderdelen tenminste met een 6,0 zijn afgerond voor een geldig deelcijfer van D2.
De oefentoetsen bevatten vergelijkbare vragen als die in de eindtoets. De cijfers voor practicum en eindtoets worden als aparte deelcijfers in Osiris ingevoerd en blijven onafhankelijk van elkaar geldig over de grens van studiejaren heen. De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan bij het tentamen: calculator of grafische calculator zonder opslag van teksten.
Beoordeling
Het eindcijfer voor het vak bedraagt: 0,60 x D1 + 0,40 x D2
D1 = het cijfer voor de digitale eindtoets constructies (gewicht 60%) en funderingen (gewicht 40%)
D2 = de cijfers voor de ingeleverde practicumoefeningen over het ontwerpen van constructies en funderingen
Voor het practicum (D2) moet je voor alle opdrachten een voldoende halen (6,0 of meer), zodat je dit vakonderdeel na afronding altijd met tenminste dat cijfer afsluit. Wanneer een studenten slechts een deel van de practicumopgaven heeft gemaakt vervallen deze resultaten in principe, en zal het practicum in principe het volgende jaar geheel opnieuw moeten worden gedaan, tenzij er verzachtende omstandigheden zijn aan te voeren (alleen na overleg met de studieadviseur).
Let op: voor je BSA tellen de 5,0 EC pas mee na afronding van ALLE toetsdelen met een voldoende resultaat (dus afgerond eindcijfer 6.0 of hoger)!
Voor meer informatie over tentamens, zie artikel 14 in the Rules and Guidelines (RGBE): https://www.tudelft.nl/en/student/ceg-student-portal/education/education-information/educational-rules-and-regulations
Reviews0 reviews
Heb jij dit vak gevolgd?
Deel je ervaring met toekomstige studenten. Inloggen met je TU Delft mailadres duurt één minuut.
Schrijf een review